Mijn lieve brugklassers beginnen opstandig te worden. Of het nou meelopen, stoerdoenerij of onzekerheid is; ik zie ze worstelen met hun gevoelens en veranderen. Zo had ik vanochtend wat strubbelingen met een voor mij inmiddels bekende jongedame. Nadat ik haar tijdens de les herhaaldelijk moest waarschuwen, heb ik haar apart gezet met de mededeling dat ze na de les moest blijven. Toen het zover was, vroeg ik haar of ze een idee had waarom ze moest blijven. Veel meer dan schaapachtig gelach kreeg ik niet. Ze vond dat ze ‘een paar keer had gelachen’. Daaropvolgend kwam er iets uit haar mond waardoor ik bijna van mijn stoel viel. Ze zei: “Ik snap dat u juf wil worden, maar u reageert het alleen maar op mij af om een hogere juf te worden.” Ik kon mezelf herpakken en antwoordde dat ze waarschijnlijk geen idee had waar ze het over had, maar dat ik haar gedrag niet langer tolereerde in de les en dat ik het met haar mentor zou bespreken. De leerling zat op hete kolen, omdat ze naar gym moest dus ik liet haar gaan. Toen ze vervolgens op de gang ging staan kletsen met vriendinnen, hoefde ik maar één woord te zeggen waarop ze wegrende.
Ik had als meisje een hekel aan het woord ‘bijdehand’. Zo werd ik namelijk altijd door mijn omgeving genoemd. Ook de opmerking: “Heb je bijdehandjes gegeten?” heeft me de nodige kriebels bezorgd. Vandaag hoorde ik mezelf dit echter in gedachten zeggen tegen de betreffende leerling. Ik vind het leuk als leerlingen een mening hebben. Als ze me verbeteren wanneer ik niet scherp ben of als ze een diepe vraag stellen waarop ik het antwoord niet meteen weet. Bij brutaliteit trek ik echter de grens. Respect staat hoog op mijn lijstje van normen en waarden, al heb ik dat zelf vroeger misschien niet altijd getoond. Aan het einde van de dag kwam de leerling haar excuses aanbieden. “Sorry”, zei ze, “het spijt me dat ik u beledigd heb. Of is het beschuldigd?” Van binnen moest ik lachen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten