woensdag 4 september 2013

M.: Goede voornemens voor het nieuwe schooljaar

- Elke week bloggen over mijn ervaringen op mijn nieuwe stageschool
- Mijn portfolio bijhouden
- Lesplannen maken
- Proberen uitstelgedrag onder controle te krijgen
- School- en stagewerk (en de rest van mijn leven) organiseren in nieuwe docentenagenda en Wunderlist-app. Niet alleen tot de herfstvakantie.
- Leeswerk voor school bijhouden (vanavond begin ik aan W.F. Hermans. Echt. Denk ik.)
- Niet later doorwerken dan half elf 's avonds
- Niet meer dan twee keer op de snoozeknop drukken
- Me verder verdiepen in Ebbens en Marzano
- Consequent zijn
- Al mijn leerlingen zien
- Leuke, maar risicovolle nieuwe werkvormen uitproberen
- Een feestje geven voor mijn vriendinnen op mijn vijfentwintigste verjaardag
- Tijd maken voor het vriendje en vriendinnen

zondag 24 februari 2013

N.: Vakanties

Zondagavond, 24 februari 2013. Morgen begint het schoolleven weer, na een week voorjaarsvakantie.

De laatste week voor de vakantie en de eerste week na de vakantie werken docenten altijd extra hard. De kinderen zijn druk, opstandig en ze zijn toe aan vakantie of ze hebben nog geen zin om weer te beginnen. Niet alleen de kinderen hebben daar last van, ook de docenten zijn onrustig of ze moeten weer even inkomen..

Ik merk dat de leerlingen al snel uit hun ritme getrokken worden. Is het geen vakantie, dan hebben we wel een studie(mid)dag waardoor de week weer net even anders is dan normaal. En zodra het ritme doorbroken wordt zijn de leerlingen van slag. En niet alleen de leerlingen raken uit hun ritme, ikzelf ook.

Moeten we niet alle vrije momenten, alle vakanties en studiedagen, aan elkaar plakken en de kinderen gewoon twee keer per jaar vrij geven? Zij bijven dan in het ritme, ik blijf in het ritme en als we vakantie hebben dan is die lang genoeg om een nieuw vakantieritme te ontwikkelen. Zijn de kinderen en de docenten echt na een paar weken les toe aan vakantie? Of zijn ze toe aan vakantie omdat ze weten dat de vakantie eraan komt?

Ik weet het allemaal niet, ik heb de wijsheid ook niet in pacht.. Maar ik zat zo eens te denken, op de laatste zondagavond van de voorjaarsvakantie, en ik wilde die gedachten met jullie delen..

woensdag 13 februari 2013

J.: Bijdehandjes

Mijn lieve brugklassers beginnen opstandig te worden. Of het nou meelopen, stoerdoenerij of onzekerheid is; ik zie ze worstelen met hun gevoelens en veranderen. Zo had ik vanochtend wat strubbelingen met een voor mij inmiddels bekende jongedame. Nadat ik haar tijdens de les herhaaldelijk moest waarschuwen, heb ik haar apart gezet met de mededeling dat ze na de les moest blijven. Toen het zover was, vroeg ik haar of ze een idee had waarom ze moest blijven. Veel meer dan schaapachtig gelach kreeg ik niet. Ze vond dat ze ‘een paar keer had gelachen’. Daaropvolgend kwam er iets uit haar mond waardoor ik bijna van mijn stoel viel. Ze zei: “Ik snap dat u juf wil worden, maar u reageert het alleen maar op mij af om een hogere juf te worden.” Ik kon mezelf herpakken en antwoordde dat ze waarschijnlijk geen idee had waar ze het over had, maar dat ik haar gedrag niet langer tolereerde in de les en dat ik het met haar mentor zou bespreken. De leerling zat op hete kolen, omdat ze naar gym moest dus ik liet haar gaan. Toen ze vervolgens op de gang ging staan kletsen met vriendinnen, hoefde ik maar één woord te zeggen waarop ze wegrende.
Ik had als meisje een hekel aan het woord ‘bijdehand’. Zo werd ik namelijk altijd door mijn omgeving genoemd. Ook de opmerking: “Heb je bijdehandjes gegeten?” heeft me de nodige kriebels bezorgd. Vandaag hoorde ik mezelf dit echter in gedachten zeggen tegen de betreffende leerling. Ik vind het leuk als leerlingen een mening hebben. Als ze me verbeteren wanneer ik niet scherp ben of als ze een diepe vraag stellen waarop ik het antwoord niet meteen weet. Bij brutaliteit trek ik echter de grens. Respect staat hoog op mijn lijstje van normen en waarden, al heb ik dat zelf vroeger misschien niet altijd getoond. Aan het einde van de dag kwam de leerling haar excuses aanbieden. “Sorry”, zei ze, “het spijt me dat ik u beledigd heb. Of is het beschuldigd?” Van binnen moest ik lachen.

dinsdag 12 februari 2013

N.: Social life

Hoe ziet het sociale leven van een docent eruit volgens een leerling? Hier zijn verschillende meningen over...

Leerling 1 denkt dat ik als docent zo'n 24 uur per dag op school ben. Ik ben er eerder, blijf er langer.. Het idee dat ik nog naar huis ga komt niet bij deze leerling op.
Leerling 2 is zich er wel van bewust dat ik als docent ook nog wel eens naar huis ga. Misschien bezoek ik wel wat familie en kijk ik wat tv. Een sociaal leven daarentegen? ABSOLUUT ONMOGELIJK! Naast het gebrek aan een sociaal leven is het ook ondenkbaar dat er dingen zijn die ik leuk vind, die zij ook leuk vinden.. Of dat ik menselijk ben, en ook jong geweest ben.. En mijn leeftijd? Ik ben minimaal 100 jaar oud!
Deze visie levert leuke momenten op! Roep eerst het beeld van een puber met een compleet verbaasde blik op, houdt dat vast en lees de opmerkingen.

'Heeft u ook in de pubertijd gezeten? Echt? Ik heb nog nooit een volwassene gehoord die dat toegegeven heeft!'
'Heeft u Twitter? Facebook? WhatsApp? Echt?'
'Luisterde u vroeger naar Eminem? Nee toch?'
'Vindt u het ook vervelend om huiswerk te maken? En stelt u het uit tot het einde? En dat geeft u toe?'
Bij een aantal binnenkomende whatsappjes tijdens de les (vergeten mijn geluid uit te zetten): 'heeft u zoveel vrienden? Seriously?'
'Bent u 26? Dan krijg ik gewoon les van iemand die net zo oud is als m'n zus!'

En als laatste, een leerling die zich er niet van bewust is dat ik mij soms wel eens buiten de school begeef (enigszins autistisch). Ik zou om 4 uur bij die leerling op huisbezoek komen.
Leerling: 'Moet ik dan tot 4 uur op school blijven?'
Mijn verbaasde blik en reactie: 'Euh, nee?' Leerling: 'maar u weet toch niet waar mijn huis is?'

Heerlijk, die reacties! En hoe graag ik ook zou vertellen dat ze helemaal ongelijk hebben, er zit toch wel een kern van waarheid in. 5 dagen per week werk ik, 1 avond per week ga ik naar school, 2 avonden en een dag besteed ik aan huiswerk, daarnaast kijk ik nog toetsen na en bereid ik lessen voor omdat ik het niet altijd op m'n werk kan afronden. Gelukkig ben ik ik nog maar 26, weet ik van het bestaan van twitter, facebook en whatsapp af. Daardoor heb ik zo af en toe nog het idee dat ik iets heb dat op een sociaal leven lijkt...

maandag 11 februari 2013

M.: Sukkels

Ik zeg wel eens gekscherend tegen collega's of klasgenoten dat leerlingen sukkels zijn. Dat komt, omdat leraren en andere volwassenen ze zoveel handreikingen doen om succesvoller te worden, maar ze die niet aannemen. Zo heb ik een paar weken geleden een stevige herhaling zinsdelen gegeven, waarna ze zelf wat zinnen moesten ontleden. Ik had benadrukt dat je in een bepaalde volgorde moet ontleden, en dat zinsdelen als het lijdend voorwerp niet altijd in een zin zitten. Vervolgens begint een aantal leerlingen met het meewerkend voorwerp als eerste te zoeken. Een ander deel van de klas ontleedt wel in de juiste volgorde, maar zoekt minutenlang naar een lijdend voorwerp naar een zin waar deze helemaal niet in zit. Tijdens het zelfstandig werken krijg ik dus allemaal vragen. Ik ben erg geduldig en beantwoord iedere vraag met aandacht, maar mentaal rol ik met mijn ogen.

Zelf kan ik me niet herinneren dat ik nooit iets begreep vroeger, zoals sommigen van mijn leerlingen. Maar hun gestuntel laat me wel inzien hoeveel ik zelf gegroeid ben. Zoveel dingen zijn vanzelfsprekend voor me, ik doe ze in een handomdraai. Als ik een zin lees of hoor, kan ik meteen zeggen wat de persoonsvorm is en het onderwerp. Als ik een opdracht of een stuk tekst niet begrijp, lees ik het nog een keer totdat ik het wel snap.

Ik kan ze wel tien keer vertellen dat ze eerst de persoonsvorm uit een zin moeten halen en dan pas het onderwerp, maar uiteindelijk willen mijn pubers zelf uitzoeken hoe ze iets het beste doen. En ja, het zou slimmer zijn als ze meteen naar mij luisterden, en hun andere leraren, en hun ouders. Het zijn een stelletje eigenwijze sukkels bij elkaar. Maar ze komen er wel. Hoe vaak heb ik, sinds mijn twintigste, wel niet gedacht: mijn ouders/leraren hadden gelijk? Op de dag dat mijn leerlingen hetzelfde denken zal ik er niet bij zijn. Desondanks blijf ik ze bestoken met grammatica- en levenslessen, met de hoop dat ze ooit denken: mevrouw M. had gelijk!

dinsdag 5 februari 2013

M.: Leuke lessen

Vlak voor en vlak na de kerstvakantie ging het - surprise, surprise - niet zo lekker op stage. Ik hoorde mezelf steeds ssssst-en, roepen om aandacht en leerlingen bestraffen. Ondertussen had ik al weken niet meer naar de leerlingen geglimlacht, laat staan hardop gelachen. ,,Misschien moet je eens een leuke les geven", opperde mijn stagebegeleidster. Daarmee bedoelde ze niet dat ik mijn lessen niet zo leuk mogelijk maakte, maar dat ik een les moest geven over iets leuks wat je met Nederlands kan doen. ,,Zodat ze je ook eens van je leuke kant zien en niet steeds denken: daar heb je haar weer met haar regeltjes."

Ik hou van mijn leerlingen. Hoewel ze door me heen tetteren als ik aan het uitleggen ben, vind ik het altijd leuk om ze te zien. Waarschijnlijk heeft meer dan de helft van de klas daar geen idee van, omdat ze meer snauwen dan glimlachjes van me krijgen. Ik werk nu al een poosje aan mijn balanceeract: leuker worden, maar ook consequenter en strenger.

Nadat ik met mijn begeleider gesproken had, ging ik aan de slag met een 'leuke' poëzieles. Het onderwerp was rijmschema's. Eerst gingen we aan de slag met wat theorie, daarna mochten wat leerlingen op het smartboard rijmschema's van gedichten komen noteren. Daarna kwam het leuke gedeelte. Ik had achter de songtekst van Doe Maars '32 jaar' het rijmschema gezet en de leerlingen moesten de rijmwoorden invullen. Om te controleren of ze het goed hadden gedaan, zetten ik de clip van het liedje op. Dat vonden ze erg leuk, ze konden het zich nauwelijks voorstellen dat Doe Maar het One Direction van 1982 was, en rolden met hun ogen toen ik uitlichtte hoe knap Henny Vrienten wel niet was. Tot slot liet ik fragmenten van Ali B op volle toeren met Henny Vrienten zien.

Hoewel ik denk dat de leerlingen het een leuke les vonden, vaak vinden ze alles wat anders is leuk, was het de hele les lang chaotisch.

Die middag had ik 2A. Voor hen had ik zowat de hele zondag grammaticaoefeningen zitten maken in een online quizprogramma wat voor mij en hen nieuw was. De computerlokalen op mijn stageschool zijn net zo groot als een gewoon lokaal. Het zijn net doolhoven: rijen met computers en tussenschotten, waardoor ik als docent totaal geen overzicht heb. Als de leerlingen daar aan de slag gaan, kun je maar beter zorgen dat je niet iets klassikaal moet uitleggen, weet ik nu. Het was echt chaos. Links en rechts was ik alleen maar bezig brandjes te blussen bij leerlingen die aan elkaar zaten, elkaars computer uitzetten en per ongeluk uitlogden. Ik was gesloopt na afloop.

Eenmaal thuisgekomen zat ik er helemaal doorheen. Voor het eerst heb ik me afgevraagd waarom ik in vredesnaam leraar wilde worden. Een klasgenoot heb ik eens horen zeggen dat ze zich zo ongewenst voelde. Niemand zat op een leraar te wachten, en al helemaal de leerlingen niet. Hoewel ik haar toen tegengesproken heb, was dat die middag precies hoe ik me voelde. Ik heb de ogen uit mijn hoofd gehuild en er over nagedacht om de volgende dag gewoon maar niet naar stage gegaan.

Natuurlijk ben ik wel gegaan, en gelukkig was er die dag een sneeuwstorm. Ik schrijf gelukkig, omdat extreem weer altijd veel leuk contact oplevert. Zo ook die dinsdag. De leerlingen wilde maar wat graag vertellen over hun avonturen die ochtend: hoe ze een uur door de sneeuw hadden gefietst, of zelfs gelopen. Dan kon ik mooi weer vragen waar ze woonden en hoe ze normaal gesproken naar school kwamen. 's Middags ging het alweer een stuk beter met me en sindsdien zie ik het allemaal weer wat zonniger in.

Het is niet dat alles nu op rolletjes loopt, maar het contact met de leerlingen doet me goed. En als ik het goed zie, de leerlingen ook.

woensdag 30 januari 2013

J.: Op de kast

Vandaag heb ik me voor het eerst laten uitdagen door een leerling. In een kwt-uur heb je leerlingen uit drie verschillende leerjaren en zes verschillende klassen bij elkaar. De meeste leerlingen ken ik wel, maar ik heb niet met iedereen een even goede band. Dat kan ook niet. Toen ik een van de leerlingen aan het werk wilde zetten, kreeg ik een grote mond die me allerminst beviel. De leerling in kwestie heeft geen schoon dossier, dat was mij bekend. Ik heb mijn eisen herhaald, maar de leerling weigerde te luisteren. Dat ging even door waarop ik hem vriendelijk naar de gang verwees. De leerling weigerde dat en bleef zijn gedrag stug volhouden, dus heb ik zijn spullen zelf naar de gang gebracht. Nog steeds geen effect. Ondertussen wachtte de klas mijn reactie uiteraard vol spanning af. Ik probeerde de leerling te negeren, maar verwees hem later toch weer naar de gang. Ook zonder effect. Toen mijn begeleidster weer binnenkwam, heb ik gewacht op zijn reactie. Hij bleef echter rustig zitten. Nadat ik mijn begeleidster had ingelicht, nam zij hem apart op de gang voor een lang gesprek. Ik voelde me ontzettend klein en machteloos.
Het duurde niet lang voordat leerling nummer twee, die blijkbaar bekend staat om zijn ‘buien’, al schoppend tegen tafels de klas in kwam. Ik had hem eerder apart gezet, omdat hij andere leerlingen stoorde. Ik ging verhaal halen maar kreeg nul op rekest. Terwijl mijn begeleidster nog op de gang zat met leerling nummer één, verwees ik ook deze leerling naar de gang. Er gebeurde niets. Ik heb de spullen van de leerling naar de gang gebracht en ben verder gegaan met de rest van de leerlingen. Later herhaalde ik mijn verzoek weer, waarop mijn begeleidster hem eruit zette. Tot slot probeerde ik mijn laatste restje energie in een van mijn brugklassers te steken, die de hele les al niets uitvoerde. Volgens mijn begeleidster heb ik goed gehandeld, omdat ik consequent bleef en niet toegaf. Ik moest het me vooral niet persoonlijk aantrekken, zeker gezien de geschiedenis van deze leerlingen. Haar tip was om voordat ik echt boos word, al ‘boos’ te doen naar de leerlingen. Dit om mezelf te beschermen. Gelukkig zijn er ook kinderen die hun werk hebben afgetekend en in doodse stilte hebben gewerkt. Nu, een aantal uur later, kan ik deze les nog niet helemaal loslaten. Volgende keer sta ik weer op de grond.